donderdag 3 oktober 2013
donderdag 26 september 2013
Stand van zaken : Harmonisering arbeiders/bedienden
Stand van zaken : Harmonisering arbeiders/bedienden
Op 5 juli legde de minister van werk haar
compromistekst op tafel over de harmonisering van de statuten van arbeiders en
bedienden. Wij stelden toen al dat de tekst veel onduidelijkheden inhield en
verre van volledig is. Na het lezen van de teksten van de minister, die zij op
de kern van vrijdag e.k. neerlegt, blijven wij er bij dat deze duidelijk en
fundamenteel onevenwichtig zijn. Er zijn de laatste weken weer heel wat bitsige
discussies geweest tussen vakbonden en werkgevers. De werkgevers hebben
geprobeerd om een aantal fundamentele zaken van het compromis weer in vraag te
stellen en maximaal compensaties los te weken van de regering. Werkgevers,
daarbij puur ideologisch geïnspireerd om de ontslagkost naar beneden te halen.
De minister van werk heeft nu, althans wat betreft de
opzegtermijnen en de afschaffing van de carensdag ontwerpwetteksten
uitgeschreven die, na bekrachtiging door de regering, naar het parlement gaan.
Het is nog wachten op de harmonisering van de andere punten: vakantiegeld,
gewaarborgd loon, uitbetalingsmodaliteiten loon, motivering ontslag en in een
later stadium de collectieve aspecten. Geen enkele timing is meegedeeld!
Evaluatie BBTK: fundamenteel onevenwichtig
De door Monica De Coninck aangebrachte preciseringen in
haar deze week neergelegde teksten om het compromis van 5 juli uit te voeren
kunnen ons niet helemaal geruststellen.
Dat wij niet gelukkig kunnen zijn met het eindresultaat
betreffende de opzegtermijnen is een understatement.
1. Zoals wij begin juli al vaststelden, zijn het de
hogere bedienden (die meer dan €32254 bruto per jaar verdienen, dus iets minder
dan €2500 per maand) die de prijs betalen van het optrekken van de
opzegtermijnen van de arbeiders. Wij herhalen hier dat de bedienden de prijs
van de solidariteit betaald hebben. Het is ten andere grotendeels te danken aan
de door BBTK gevoerde acties gedurende het ganse voorjaar dat de opzegtermijnen
van de arbeiders er op verbeteren en dat de carensdag is afgeschaft. En zonder
deze acties zou het eindresultaat nog slechter uitgevallen zijn voor het geheel
van de bediendepopulatie.
2. Wij betreuren dat de vooruitgang voor de arbeiders
voor een belangrijk deel door de collectiviteit wordt betaald. Immers, wat de
arbeiders bovenop de huidige opzegtermijn krijgen wordt grotendeels en netto
betaald door de staat. Dit betekent een nog niet becijferde verhoging van de
publieke uitgaven en minder inkomsten voor de sociale zekerheid en voor de
fiscus! En dat om te voorkomen dat de werkgevers uit de eigen kas de kost van
de harmonisering zouden moeten dragen. Andere maatregelen worden nog verwacht
voor nog meer compensaties waarvan wij heden de omvang niet kennen. Bittere
vaststelling dus dat de gelijkheid een kost vertegenwoordigt voor de werknemers
en de collectiviteit. Wij staan ver van de filosofie dat werkzekerheid voor
allen gepaard gaat met het moeilijker maken van ontslaan omdat het duur is. Wij
hopen dat werkgevers nu hiervan niet gaan profiteren om massaal te ontslaan ten
koste van de collectiviteit. Een reëel risico!
3. Vastklikken van de opgebouwde rechten per
31/12/2013: voor de zogenaamd hogere bedienden zal deze gebeuren op basis van 1
maand per jaar anciënniteit. Bijvoorbeeld: een bediende met 20 jaar
anciënniteit op 31/12/2013 heeft 20 maand opgebouwde opzeg. Vanaf 1/1/2014
herbegint hij met 0 jaar anciënniteit in het nieuwe regime bovenop zijn rugzak
van 20 maanden. Het compromis voorziet dat een derde van de opzeg kan omgezet
worden in de sectoren voor maatregelen die de inzetbaarheid van de werknemer
verhogen (opleiding, outplacement,…). Voor ons is het uitgesloten dat door het
invoeren van deze maatregelen 1/3e van de opzegtermijn af gaat, wat een
verworven recht is. Vanaf 1/1/2014 gebeurt de verdere opbouw van de rechten,
bovenop de vastgeklikte rechten, in het nieuwe regime waarbij de teller van de
anciënniteit op 0 wordt gezet.
4. Afwijkingen: de mogelijkheid om hogere
opzegtermijnen dan de wettelijke te onderhandelen blijft bestaan op
individueel- en bedrijfsvlak. Afwijkingen van de nieuwe wettelijke regeling
naar beneden voor bepaalde activiteiten, blijken beperkt te blijven en zouden
niet gelden voor de bedienden. De BBTK verzet zich tegen het principe van de
uitzonderingen naar beneden toe van de wettelijke opzegtermijnen. Ook een
aantal praktische punten zijn nu uitgeklaard: ingang opzeg, (tegen)opzeg door
de werknemer, opzeg wanneer gegeven door de werknemer, …
5. Gezondheidszorg: in deze sector hadden de arbeiders
dezelfde rechten verkregen als die van de bedienden op het vlak van de
opzegtermijn. We klagen hier de inmengingen van de regering aan in het
sectoraal overleg. Ze breken hiermee in op een tussen de sociale
overlegpartners afgesproken regeling. We eisen dat de resultaten van het
voorgaande sociaal overleg gerespecteerd worden. Hetzelfde geldt ten andere
voor de andere sectoren die zich in deze situatie bevinden.
6. Carensdag: de afschaffing van de carensdag is nu een
feit. Maar tegen welke prijs? Opnieuw gaat met de middelen halen bij de sociale
zekerheid.
7. Wij zullen waakzaam blijven bij de verdere
afhandeling van de ontwerpteksten in de regering en het parlement. Werkgevers
en hun politieke relais zijn gewaarschuwd. BBTK zal niet tolereren dat de
bediendepopulatie nog meer gaat inleveren!
8. Uitdagingen en valkuilen die op ons af komen:
de manier waarop het voorziene outplacement moet
georganiseerd worden, de onderhandeling van sectorcomplementen, de mogelijke
modulering van een derde van de opzegtermijn in andere vormen dan
opzegvergoeding en de motivering van het ontslag zijn uitdagingen, maar
evenzeer mogelijke valkuilen die de factuur voor de bedienden nog zouden kunnen
doen toenemen. BBTK zal zich verzetten tegen de uitholling van de
ontslagbescherming die werkgevers hiermee zouden willen organiseren.
9. Dringend discriminatie van bedienden in berekening
vakantiegeld opheffen! BBTK eist dat nu dringend de discriminatie van de
bedienden in de berekening van het vakantiegeld wordt ongedaan gemaakt.
Bedienden hebben, omwille van een andere berekeningswijze, 8% minder dubbel
vakantiegeld dan de arbeiders. Als dit niet rechtgetrokken wordt voor eind van
dit jaar en dus verder zou blijven bestaan in 2014, zal BBTK gerechtelijke
stappen ondernemen tegen deze eveneens ongeoorloofde discriminatie.
10. Formidable ou fort
minable? Snelle keuze!
Op de nu gekende punten is de conclusie negatief. Naast
de individuele punten die nog moeten geregeld worden, zullen ook alle
collectieve aspecten (harmonisering van de arbeidsvoorwaarden, paritaire
comités, aanvullende pensioenen en sociale verkiezingen) potentieel gevaarlijke
gevolgen hebben voor de werknemers (arbeiders én bedienden).
dinsdag 10 september 2013
maandag 9 september 2013
Nieuwe Kilometervergoedingen in opdracht vanaf 01-09-2013
Vanaf 1 september 2013 tot en met 31 augustus 2014 zal de nieuwe kilometervergoeding voor de afgelegde kilometers in opdracht voor de werkgever veranderen, de tellers worden terug op 0 gezet , de nieuwe bedragen zijn :
Van 0 tot 8000 km : =0,3167 €/km
Van 8001 tot 26000 km : =0,2828 €/km
maandag 8 juli 2013
Eenmaking statuut arbeiders/bedienden
Finaal compromisvoorstel van de Minister van Werk
Na pendeldiplomatie tussen de beide banken van de sociale partners meent de minister van werk dat een oplossing voor de problematiek van het statuut arbeiders/bedienden met de volgende hoofdlijnen bij de sociale partners een voldoende draagvlak kan vinden. Elk element van deze oplossing maakt deel uit van het evenwichtig geheel en kan aldus niet afgezonderd worden van de andere elementen. De minister van werk legt deze finale compromistekst voor aan de KERN.
DEEL I: Ontslagregeling
I.I. opbouw opzeggingstermijn
Er wordt een nieuwe regeling ter bepaling van de opzeggingstermijnen bepaald met ingang van 1 januari 2014. Het principe van de nieuwe regeling bestaat uit een opbouw in verschillende fases:
1) De eerste 5 jaar is er een geleidelijke opbouw
2) Vanaf het 5e jaar wordt er opgebouwd a rato van 3 weken per
begonnen kalenderjaar
3) Op 20 jaar anciënniteit wordt de opbouw vertraagd
Deze elementen vormen samen een interprofessioneel vastgelegd wettelijk maximum.
1) Eerste 5 jaar
• gedurende de eerste 2 jaar evolueert de opzegtermijn op
kwartaalbasis
• gedurende het derde, vierde en het vijfde jaar wordt per jaar
opgebouwd
• de opbouw verloopt volgens onderstaand schema
1e KW 2weken
2e KW 4 weken
3e KW 6 weken
4e KW 7 weken
5e KW 8 weken
6e KW 9 weken
7e KW 10 weken
8e KW 11 weken
Jaar 2-3 12 weken
Jaar 3-4 13 weken
Jaar 4-5 15 weken
2) Na vijf jaar
Nadat vijf jaar rechten volgens bovenstaand schema werden opgebouwd, evolueert de opzegtermijn in een opbouw van 3 weken per kalenderjaar tot 62 weken.
3) vertraging opbouw opzeggingstermijn
Van zodra een werknemer een anciënniteit bereikt van 20 jaar wordt het recht op een opzeggingstermijn opgebouwd met een toename van één week per begonnen jaar anciënniteit.
I.II. Regeling van het verleden
De rechten op een opzeggingstermijn die werden opgebouwd in de tewerkstelling bij eenzelfde werkgever tot op het ogenblik van de inwerkintreding van de nieuweontslagregels worden vastgeklikt volgens de bestaande regels. Op deze manier zijn nieuwe bepalingen van toepassing op de nieuwe contracten, maar ook op de oude contracten, voor de periode vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen.
Werknemers die in een arbeidersstatuut zijn tewerkgesteld zullen volgens onderstaand tijdspad een recht verwerven op een gelijkwaardige bescherming tegen ontslag als een werknemer die met eenzelfde anciënniteit voor zijn gehele tewerkstelling bij dezelfde werkgever in het nieuwe stelsel rechten heeft opgebouwd.
Deze bescherming wordt geboden via een systeem van compensatie dat wordt gefinancierd uit middelen die worden vrijgemaakt door een wijziging van de fiscale vrijstelling die thans voor een deel (1.200 euro) van de opzeggingsvergoedingen geldt.
Volgend tijdspad geldt voor de aanvang van het hogervermelde systeem van compensatie:
- datum publicatie van de nieuwe opzegregels in het BS :
werknemers met minstens 30 jaar anciënniteit op dat moment
- 1/1/2014 : werknemers met minstens 20 jaar anciënniteit op dat
moment
- 1/1/2015 : werknemers met minstens 15 jaar anciënniteit op dat moment
- 1/1/2016 : werknemers met minstens 10 jaar anciënniteit op dat moment
- 1/1/2017 : werknemers die aanmerking komen en nog niet op basis
van voorgaand tijdspad de rechten verworven hebben.
van voorgaand tijdspad de rechten verworven hebben.
I.III. Sectorale complementen
Sectorale complementen bovenop volledige werkloosheidsuitkeringen of gelijkaardige complementen die tot doel hebben de bestaanszekerheid van de werknemer na ontslag te waarborgen, worden ingerekend op de opzeggingstermijn-of vergoeding.
I.IV. Outplacement
Het recht op outplacement wordt veralgemeend voor werknemers die worden ontslagen vanaf het begonnen zevende jaar anciënniteit. Het outplacementpakket ter waarde van vier weken loon wordt toegerekend op de opzeggingsvergoeding op voorwaarde dat deze een periode hoger dan 6 maandendekt. Een opzeggingsvergoeding van equivalent 7 maanden bestaat zo uit 6 maanden opzeggingsvergoeding en 4 weken outplacementpakket.
Ingeval een opzeggingstermijn van minimum 7maand wordt gepresteerd, wordt het outplacement door de werknemer opgenomen in de wettelijke dagen sollicitatieverlof.
I.V. Breuk
Sectoren krijgen 5 jaar de tijd vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe ontslagregels om in een invulling te voorzien van de opzeggingstermijn-of vergoeding ten belope van 1/3edaarvan. Die invulling heeft betrekking op maatregelen die de inzetbaarheid van de werknemer op de arbeidsmarkt verhogen. 2/3en van de opzeggingstermijn moet worden gepresteerd of uitbetaald. Deze 2/3en bedragen minimaal een opzeggingstermijn van 6 maanden of opzeggingsvergoeding die 6 maanden dekt.
Een parafiscale maatregel zal het komende jaar worden genomen om werkgevers en werknemers aan te zettenverscheidene maatregelen te nemen gericht op de inzetbaarheid. Na 5 jaar worden de sectorale regelingen en inspanningen ter zake geëvalueerd.
I.VI. Uitzonderingen
De partners zullen generieke criteria bepalen om enkeleactiviteiten te omschrijven die niet onder de nieuwe opzeggingsregeling zullen vallen, gelet op hun specifieke karakteristieken. Deze activiteitenzullen deopzeggingstermijnen van cao 75 toepassen, zij het dat de opbouw beschreven in I.I niet wordt overschreden.
I.VII. Compensaties
Teneinde de impact van de kostenverhoging veroorzaakt door de nieuwe opzeggingsregeling te milderen, worden volgende maatregelen en acties genomen:
• Het budget van de huidige ontslaguitkering ten laste van de RVA (56 mioe in 2012) zal voort worden aangewend ter compensatie. In een uitdovend systeem wordt deze uitkering toegekend bij het ontslag van werknemers die voor de inwerkingtreding van de nieuwe ontslagregels waren onderworpen aan de regels geldend voor arbeiders en die nog niet volgens het tijdspad onder punt I.II rechten op compensatie hebben verkregen. Het budget dat geleidelijk vrijkomt wordt voort ingezet , zo gericht mogelijk ter compensatie van de werkgevers die een kostenverhoging kennen door de nieuwe ontslagregels.
• Een compensatie zal worden voorzien via een modulering van de
bijdragen van de werkgevers voor de interbedrijfsgeneeskundige diensten
bijdragen van de werkgevers voor de interbedrijfsgeneeskundige diensten
• Een compensatie wordt voorzien via een bijdrage ten gunste van het
sluitingsfonds.
De bijdrage bedraagt:
sluitingsfonds.
De bijdrage bedraagt:
· 1% ophet ontslagbedrag ten laste van de werkgever voor
werknemers met een jaarloon hoger dan 44.508 €/jaar
werknemers met een jaarloon hoger dan 44.508 €/jaar
· 2% op het ontslagbedrag ten laste van de werkgever voor
werknemers met een jaarloon hoger dan 54.508 €/jaar
werknemers met een jaarloon hoger dan 54.508 €/jaar
· 3% op het ontslagbedrag ten laste van de werkgever voor
werknemers met een jaarloon hoger dan 64.508€/jaar
werknemers met een jaarloon hoger dan 64.508€/jaar
De aldus opgebouwde middelen worden aangewend voor een vermindering van de bijdragen voor het Fonds Sluiting der ondernemingen voor de klassieke taken, verschuldigd door de ondernemingen die 20 werknemers of minder tewerkstellen.
• De minister van werk zal de regering verzoeken te onderzoeken of
steunmaatregelen kunnen worden uitgewerkt voor ondernemingen voor de
aanleg van het sociaal passief.
steunmaatregelen kunnen worden uitgewerkt voor ondernemingen voor de
aanleg van het sociaal passief.
I.VIII. Motivering van ontslag
Een regeling rond motivering van het ontslag en goed HR-beleid bij ontslag zal worden voorzien in een in de schoot van de Nationale Arbeidsraad te onderhandelen cao, met inwerkintreding tegen 1/1/2014. Deze cao zal in een specifieke regeling voorzien voor vrijgestelde activiteiten.
De regeling voorzien in artikel 63 van de arbeidsovereenkomstenwet dat betrekking heeft op willekeurig ontslag zal bij de inwerkingtreding van hogergenoemde cao vervallen.
DEEL II. CARENZDAG
De carenzdagwordt afgeschaft. Hiervoor werken de partners een regeling uit die de regeling en omkaderende maatregelen herneemt die waren voorzien in het ontwerp van IPA 2011-2012.
DEEL III. ANDERE ELEMENTEN
De sociale partners zullen volgens een dwingend tijdskader de andere elementen van het dossier arbeiders/bedienden regelen en dit met name aan de hand van een actualisering van het ontwerp van IPA 2011-2012.
zondag 7 juli 2013
Aanpassing Syndicale Delegatie BBTK.
Roger van Geyt is 65 jaar geworden en heeft de leeftijd bereikt waarop hij op pensioen zou willen gaan. Hij zal dit heugelijke gebeuren mogen vieren op het einde van dit jaar.
Langs deze weg willen we Roger al bedanken voor de jaren samenwerking en trouwe inzet.
Marc zal de fakkel overnemen als effectief lid van
de syndicale delegatie.
Marc die trouwens ook tewerkgesteld is op de Zetel van Aartselaar zal dit met volle overtuiging doen. Hij is iemand die zich vast kan bijten in dossiers en op een constructieve manier naar een oplossing zal zoeken. Hij kan hierbij rekenen op een ploeg toffe collega’s.
Marc die trouwens ook tewerkgesteld is op de Zetel van Aartselaar zal dit met volle overtuiging doen. Hij is iemand die zich vast kan bijten in dossiers en op een constructieve manier naar een oplossing zal zoeken. Hij kan hierbij rekenen op een ploeg toffe collega’s.
Marc zal als reserve afgevaardigde vervangen worden door een
nieuwkomer, namelijk Anthony Orban.
Anthony is jong en ambitieus, hij is iemand die een andere kijk heeft op
het hedendaagse syndicalisme. Hij is
tewerkgesteld op de Zetel van Braine l’Alleud en zijn medewerkers aldaar weten
reeds dat Anthony op gebied van syndicaal werk toekomstgericht een troef voor
hen kan zijn.
Wij wensen hem het beste toe en hij zal tevens kunnen
rekenen op de andere ervaren afgevaardigden van BBTK.
dinsdag 2 juli 2013
Bonus CAO 90
CAO 90 (niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen)
Na onderhandelingen met de directie zijn volgende bedragen tot stand gekomen:
Voor het jaar 2012
Het bedrag van 287 euro bruto -13,07 euro RSZ = 250 euro netto. Let op de 250 euro netto voor 2012 zal worden toegestaan in functie van de geboekte bestellingen eind 2012.
Voor het jaar 2013
Het bedrag van 265 euro bruto – 13,07 euro RSZ = 230 euro netto.
1 ) wordt toegestaan in functie van de geboekte bestellingen eind 2013.
2 ) 85% van de voertuigen moeten uitgerust zijn met een Track&Trace systeem.
3 ) 85% van het personeel moet in het bezit zijn van een opleidingsbadge en bijhorend getekend certificaat.
Wat betreft 2013 zijn er volgens de directie vandaag reeds een groot deel van de voertuigen uitgerust. Het is verder aan de directie (HR) om de nodige opleidingen te organiseren, maar onze mensen moeten wel slagen in deze opleiding.
Beide bedragen gaan uitbetaald worden met het loon van januari 2014 (rond 10 februari 2014).
Deze premies zullen uitbetaald worden volgens het arbeidsregime waarin de werknemer tewerkgesteld is.
Voor het jaar 2013
1 ) wordt toegestaan in functie van de geboekte bestellingen eind 2013.
Deze premies zullen uitbetaald worden volgens het arbeidsregime waarin de werknemer tewerkgesteld is.
Abonneren op:
Posts (Atom)












